Met emotionele geletterdheid help je kinderen woorden te geven aan emoties en gevoelens waardoor zij zich weten te uiten en hierdoor meer in hun kracht komen te staan. Vanaf 4 jaar kennen de meeste kinderen het verschil tussen de emoties blij, bang, boos of verdrietig, maar op deze leeftijd is het reguleren van emoties nog lastig. Vanaf 6 á 7 jaar kan je kind zichzelf inleven in een ander. Ze begrijpen hoe bepaalde situaties voor een ander kunnen aanvoelen. Het vermogen om situaties en emoties te relativeren ontstaat pas rond de leeftijd van 9 jaar.
Jonge kinderen vertalen hun binnenwereld door hun gedrag. Gedrag is de taal van het gevoel. Kinderen moeten nog leren om via taal hun gevoelens te uiten. Dit komt omdat het brein nog onvoldoende is ontwikkeld om hun eigen emoties te begrijpen, te uiten en te controleren. Uitspraken zoals: “Hier hoef je toch niet boos om te worden?”, “Stop eens met huilen en schreeuwen!”, “Van stoeien komt loeien. Niet gaan huilen straks.” Deze uitspraken kennen we allemaal en herhalen we misschien wel meerdere keren.
Het ongeduld, schaamte en irritatie vanuit de ouder gezien is begrijpelijk, maar niet passend voor het kind. Het leren reguleren van emoties begint bij de juiste begeleiding van ouders en begeleiders. Het is belangrijk dat kinderen leren omgaan met hun emoties. Juist in de kinderjaren kan je kinderen vaardigheden leren om op een passende manier met situaties om te gaan.
Hoe leer je kinderen hun emoties op de juiste manier te uiten en wat hebben ze daarvoor nodig?
*Wees ervan bewust dat kinderen vooral leren door te kijken naar anderen. Ze leren het meest van wat ze zien. Als ouder of begeleider ben jij het grote voorbeeld. Pak de hand van je kind als hij bang is, knuffel hem als hij verdrietig is en geef hem de ruimte als hij boos is. Hang de basisemoties (blij, bang, boos of verdrietig) thuis zichtbaar op en benoem regelmatig hoe jij jezelf voelt. Uit onderzoek blijkt dat de emotionele intelligentie van je kind zicht beter ontwikkelt als je over je eigen gevoelens praat en de gevoelens van een ander.
*Een emotie geeft voelbare spanning. Het kind voelt zijn hartslag, spant zijn kaken aan, maakt vuisten, krijgt buikpijn of hoofdpijn. Het herkennen van wat er in het lichaam gebeurt is de eerste stap. Ga samen met je kind ontdekken en vraag waar hij de spanning voelt. Praten over gevoelens is moeilijk voor kinderen. Kinderen leren door te spelen en bewegen. Laat je kind tekenen hoe hij zichzelf voelt, speel samen emotiespelletjes, laat hem een rondje rennen om af te koelen, leer hem vuisten maken in plaats van te slaan. Bespreek de alternatieve gedragingen samen met je kind op een rustig moment. Je kunt de emotiethermometer als leidraad gebruiken. Aan de hand van de emotiethermometer leren kinderen dat alle emoties er mogen zijn, dat emoties komen en gaan en dat het handig is om emoties te benoemen. Wat heeft het kind nodig om zichzelf weer rustig en blij te voelen?
*Tijdens een driftbui heeft opvoeden geen enkel effect en is het kind zichzelf eigenlijk aan het ontladen. Het kind heeft op zo’n moment veel stress. Eisen stellen, consequenties benoemen, dreigen of straffen heeft geen zin. Het kind zit vast en raakt nog meer overstuur. Wanneer er fysieke gedragingen ontstaan heeft het kind wel grenzen nodig. Hoe ga je als ouder om met een driftbui? Benoem wat je ziet bij het kind, begrens fysiek gedrag, blijf rustig ook al is dat soms lastig, probeer het kind af te leiden en blijf in verbinding. Een kind voelt heel goed aan wanneer er spanning, stress of drukte aanwezig is. Na een driftbui is de begeleiding net zo belangrijk als tijdens de driftbui. Benoem samen wat er is gebeurd, wat het kind voelde, maak het samen weer goed en bespreek alternatieve gedragingen. Tijdens het nabespreken leer je het kind omgaan met gevoelens. Je leert kinderen hoe ze emoties op een passende manier kunnen uitdrukken. Opvoeden is ruimte geven aan emoties en grenzen aan gedrag. Het is fijn dat we in een tijd leven waarin er steeds meer aandacht wordt geschonken aan gevoel, gedachten en emotie.